• Vitesse Delft Herinneringen door Arjen van der Heijden

    Het is alweer enige tijd geleden dat Vitesse de prachtig verbouwde kantine in bezit kon nemen. Eén van de vondsten die de kantine ruim en aantrekkelijk maakt is de verzameling fraaie actiefoto’s op de diverse wanden. De foto’s werden door een aantal enthousiaste bestuursleden bij vele spelers van vroeger en nu opgehaald en vervolgens gerubriceerd. Het resultaat was verbluffend met als extra gevolg de beschikbaarheid van een mooie verzameling foto’s uit vroeger en recenter tijden. Omdat er niet voldoende plaats was voor alle foto’s is nagedacht of er nog andere manieren zijn om een aantal van die foto’s aan iedereen te tonen.

    Het idee is om spelers te vragen bij een foto waar zij op voorkomen een verhaal over hun carrière bij Vitesse te vertellen. Heel begrijpelijk betreffen veel foto’s acties van het eerste elftal van Vitesse uit soms lang vervlogen tijden! Immers de spelers op die foto’s zijn de personen die het vlaggenschip van Vitesse en daarmee heel Vitesse de nodige, lokale dat wel, roem brachten. In de komende periode zullen we proberen door die foto’s te gebruiken en de betreffende speler een en ander aan uitleg te vragen, proberen u allen op de hoogte te brengen van de naam, de faam van de betreffende speler.

     

    Voetbal, voetbal, voetbal.
    Toen mij werd gevraagd enige herinneringen over mijn C.S.V.D./Vitesse-verleden te schrijven, reageerde ik niet direct positief. In vond dat er andere keepers waren die meer hebben betekend voor de club. Aangegeven werd dat er met name in de jaren ‘70 veel hele goede keepers waren. Ook ik heb dat ervaren. Ik heb dat van dichtbij meegemaakt en dat besluit mij toch een verhaal over mijn voetbalervaringen te schrijven.

     

    De jaren 60
    Mijn eerste voetbalherinneringen heb ik van de Koornmarkt, waar ik woonde. Tegenover ons huis staat de synagoge met daarvoor een pleintje. Door de babyboom woonden in de binnenstad erg veel kinderen en dat pleintje was eigenlijk de enige plaats waar je een balletje kon trappen. Uiteraard verdween geregeld een bal in de gracht maar door veel straatstenen achter de drijvende bal te gooien kwam de bal dichterbij de kant en op de buik liggend kon het langste kind de bal pakken, aan de benen vastgehouden door de anderen.

    Op mijn 10e werd ik lid van C.S.V.D. en door het enthousiasme van o.a. meneer (Bram) Kok kreeg ik de smaak te pakken. Iedere woensdagmiddag was er wel een wedstrijd tegen andere Delftse teams. Ook zaterdags was ik op De Bras te vinden. Langs de velden kon altijd wel wat worden gevoetbald, totdat de scheidsrechter je wegstuurde. Achter het hoofdveld lag een zandveldje, dat gebruikt werd om te testen, of voetbal op dat soort velden de toekomst zou zijn. Het was natuurlijk een mislukking. Het veld bleef er wel liggen en je kon er altijd een potje voetballen.
     

    Mijn eerste wedstrijd als keepertje speelde ik tegen vv Wippolder, dat toen één veld had, gelegen aan het Zuidplantsoen, nabij de Julianalaan. Het veld lag pal naast een gebouw van de TU, en er werd aangegeven, dat je wel moet oppassen bij het schieten op doel, want je kon zomaar een ruitje inschieten….

    Ik kan me nog goed de filmmiddagen en de bingo`s in de kantine herinneren. Meneer Kok had ook toen al allerlei prijzen geritseld, o.a. uit de winkel waar hij zelf werkte: Pannevis aan de Oude Langedijk.

     
    Vanaf de zomer 1967 kwam ik niet veel meer op de Bras, want de jeugd had haar eigen accommodatie gekregen aan de Oude Laan, nu Delftechpark.
    Hoefden we zaterdags niet te voetballen, dan stapten we in de bus om mee te reizen naar de uitwedstrijd van het eerste elftal.
    Daar keken we bewonderend naar o.a. keeper Piet Sjerp, Joop Aalbers, Moos van Wamelen, Sjaak Hollaar Gerard Breedveld, Pleun van den Akker en Henny van Oort.
    Geregeld werden er vakantiekampen georganiseerd o.a. naar Plon in Noord Duitsland en Winterberg; ze waren onvergetelijk. De heren Dorlas en Buvens organiseerden deze reizen. Zij hebben heel veel betekend voor de jongeren van toen, niet alleen qua voetbal maar ook door het creëren van een soort `thuis`-gevoel bij C.S.V.D. Het waren geweldige voetbalkampen, met wedstrijden tegen lokale teams.
    In de jeugd speelde ik in de hoogste teams, was fanatiek en miste nooit trainingen. C.S.V.D. organiseerde ieder jaar op De Bras het Prinsenstad jeugdtoernooi. Voor de senioren-elftalcommissie de enige gelegenheid om de a-jeugdspelers te beoordelen, die zouden overstappen naar de senioren. Blijkbaar viel ik tijdens dat toernooi van 1970 niet zo op, want mijn eerste seniorenjaar begon ik in het 10e elftal; er waren ongeveer 20 seniorenteams. Later stroomde ik door naar het 6e elftal. Achteraf gezien was dat een goede leerschool.
     

    'Keepershandschoenen waren nog niet uitgevonden, althans, ik had ze niet. Bij droog weer keepte je met blote handen. Werd het natter dan droeg ik wollen legerhandschoenen, die ook weer niet hielpen als het erg nat werd.' 

     

    De jaren 70

    Tijdens de voorbereidingen van het seizoen ’72-’73 waren er geen keepers beschikbaar en stelde trainer Arie de Wit mij op, in een oefenwedstrijd tegen Koudekerk a/d IJssel. Blijkbaar ging dat goed, want hoewel Henny van Oort al terug was van vakantie speelde ik de meeste oefenwedstrijden. Tijdens één van die wedstrijden werd ik vol in het gezicht geraakt. Mijn sportbril sneuvelde en in het ziekenhuis zijn de glassplinters uit mijn oog verwijderd. Twee weken later speelde ik weer, met hechtingen in het ooglid, en werd ik eerste keuze.

    Terugkijkend was het een geweldig team, met o.a. Joep Willigers, Niek Praagman, Ben van Peppen, Chi Chung, Rob Doorduin, Dirk van Oosterom en Pleun van den Akker.

    Twee beslissingswedstrijden tegen Geinoord waren nodig om het kampioenschap en de promotie naar de top van het zaterdagvoetbal te verdienen.

    Voor mij was de competitie van korte duur, want in november ben ik bij HBSS in Schiedam met een ingescheurde enkelband de wedstrijd uitgeschopt. Sjaak Hollaar bracht me naar het ziekenhuis. Toen dacht men nog, dat zwellingen met een laag vette watten waren tegen te gaan…. Helaas, maanden was ik uit de running, maar aan het eind van de competitie heb ik toch nog verschillende wedstrijden in het 3e en 4e kunnen spelen. De kampioensfestiviteiten van het eerste elftal gingen niet aan mij voorbij, want, zei men, jij hoort er ook bij.

    Keepershandschoenen waren nog niet uitgevonden, althans, ik had ze niet. Bij droog weer keepte je met blote handen. Werd het natter dan droeg ik wollen legerhandschoenen, die ook weer niet hielpen als het erg nat werd. Later kwamen er katoenen handschoenen, voorzien van rubberen strips met nopjes. Dat hielp enigszins, maar alle keepers lieten wel eens een balletje (of meerdere) glippen. Het was allemaal wat behelpen en iedere keeper kocht zijn eigen materiaal. Later kwamen de echte foam-keepers-handschoenen, die echter behoorlijk aan de prijs waren, zo`n 100 gulden, en dat was niet voor iedereen weggelegd.

    Keeperstraining was er nog niet echt, zeker niet voor de keepers die in de reserveteams voetbalden. De keepers `trainden` elkaar en bij de afwerkoefeningen werd je geacht zo veel mogelijk ballen te keren, op welke wijze dan ook. Het doel, aan de rand van het gravelveld, was voorzien van een flinke laag zand. Bij de minste regen stond je in een diepe plas water. Maar fanatiek bleef je tussen de palen staan. Vervolgens fietste je naar huis met de loodzware tas met kletsnatte keeperskleding, inclusief de nodige kilootjes zand. Ik klom eens in een boom om er een bal uit te halen, die Henk Limburg er in had geschoten. Gevolg: gebroken pols.

    In die tijd had C.S.V.D hele goede keepers. In de jaren 60 natuurlijk Piet Sjerp en later Hennie van Oort (ex-betaald voetbal), maar ook Henk Limburg, Ton Wink, Wim van der Vlist, Gerard Brinkhof, Gerard Hunnerse en daarna nog Paul Oortwijn en Hans Schot.

    Het was vaak stuivertje wisselen wie zou spelen in de diverse elftallen. De sfeer was echter altijd goed, mede door het enthousiasme van Jan van t Woudt, die de B-selectie trainde. Speelde je in het derde elftal dan zorgde hij voor de juiste doping in de rust: een schijfje citroen. Meneer van `t Woudt was altijd heel erg gedreven, bedacht allerlei, soms ingewikkelde oefenvormen. Met zijn humor en aandacht voor de spelers was hij een grote motivator

    De successen van het eerste elftal trokken ook nieuwe spelers, waarvan er velen meerdere jaren bij C.S.V.D. bleven spelen, zoals Dirk v Oosterom, Peter van der Meer, Ed Blok en Ben van Peppen. Er kwamen ook minder goede spelers, die echter toch te vaak de voorkeur kregen boven C.S.V.D-spelers (ook toen al). De eerste klasse was een openbaring. De uitwedstrijden waren een soort dagtrips, o.a. naar Klaaswaal, Oldebroek, Assen, Wezep, Ede, Huizen, Rotterdam, Oud Beijerland, Noordwijk, Katwijk, en niet te vergeten Spakenburg. Na de

    wedstrijd werd in Spakenburg steevast café BU2 bezocht, om pas in de avond weer in Delft terug te zijn.

    In de jaren 70 was het één en al voetbal wat de klok sloeg. Dat ging ook wel eens ten koste van de schoolverplichtingen. Je wilde echt geen training missen, anders liep je het risico dat een ander je plekje onder de lat innam.

    Behalve op het veld werd er ook volop in de zaal gevoetbald; met o.a. Joep Willigers, Rob van der Lee, Gert Euser, Koos Verschoor en Ruud van der Lee hebben we, onder leiding van Bert van de Heuvel, in talloze sporthallen onze wedstrijden gespeeld.

    In 1974 werd in Delft een bedrijvencompetitie gespeeld. Verschillende bedrijven hadden een elftal geformeerd met Delftse spelers. De wedstrijden werden `s avonds gespeeld en trokken veel belangstelling, want de bedrijven hadden natuurlijk de beste spelers geronseld. Ik speelde in het team van Café `t Kruikje van Louw den Dunnen, samen met o.a. Joop Poot, Sjef de Poorter, Peter Bommelé, Harrie Romijn en John Zouterdijk. De finale in mei 1974 tegen het team van De Kabelfabriek werd in de verlenging met 3-2 gewonnen. Dat Delft in die tijd voetbalminnend was bleek uit het feit, dat de finale op het DHL-veld door ruim 1000 bezoekers werd bijgewoond.

    C.S.V.D.-ers kwamen elkaar ook buiten het voetbal tegen, met name in café Hofman, café `t Kruikje (beide aan de Wateringse Vest) en in de discotheken de Malle Molen, Bon Vivant en het Noordwijkse Duna Deli.

    Kwamen zaterdags veel zondag-voetballers bij C.S.V.D. kijken, zondags was het andersom. C.S.V.D.-ers hadden hun vaste staanplaatsen achter het doel in het DHC-stadion.

    Bij C.S.V.D. speelde ik eind jaren 70 mijn wedstrijden wisselend in het 1e, 2e en 3e elftal. Al deze elftallen speelden in hoge afdelingen. Wedstrijden tegen Westlandse ploegen waren lekker stevig, maar ook tegen Scheveningen sloegen de vonken er van af. Verschillende keren ben ik benaderd door verenigingen uit de regio om over te stappen, maar dat was voor mij

     
    Kampioenselftal 1973
     

    De jaren 80.

    In deze periode was Vitesse Delft een hele grote vereniging met 20 seniorenteams, 15 junioren en 5 zaalteams. Van Jan van de Akker kreeg ik op woensdagmiddag keeperstraining op het sportveld van het Stanislascollege.

    In 1982 ben ik verhuisd naar Noordwijk, maar bleef ik nog eens per week bij Vitesse trainen en zaterdag spelen. Op woensdagmiddag kreeg ik keeperstraining bij vv Noordwijk. In 1983, inmiddels 31 jaar oud, vroeg Noordwijk mij om over te stappen. Aanvankelijk als 4e of 5e keeper maar ik heb toch nog zo`n 6 jaar deel uitgemaakt van de A-selectie. Ik heb er mijn trainersdiploma behaald, en ervaren hoe het er bij de top-amateurs aan toegaat. Voor het eerst kreeg ik van de vereniging keepershandschoenen, voetbalschoenen en een trainingsoutfit.

    De regioderby`s trokken enorm veel publiek; de wedstrijden tegen betaald-voetbalteams en tegen het Nederlands Elftal zijn mooie herinneringen. Met name de enorme intensiteit van trainen is me bijgebleven. Door de A-selectie werd 3 x per week getraind op een echt voetbalveld, meestal om 17.00 uur. Keepers trainden niet mee, maar kregen serieuze keeperstraining van hoog niveau, om vervolgens in het doel te staan bij de afwerkoefeningen en de partijen. In die periode zijn diverse Noordwijk-spelers naar het betaalde voetbal doorgestroomd, waaronder Rob van Dijk, die nog jaren bij diverse eredivisieteams heeft gekeept. Het was geen schande om achter hem 2e keeper te zijn. In één van die seizoenen kwam een zekere Edwin van der Sar in de A1 van Noordwijk keepen. Het seniorenvoetbal heeft hij niet bij Noordwijk meegemaakt: Ajax plukte hem al na één seizoen weg. De rest is geschiedenis.

    Later ben ik er nog trainer en keeperstrainer geweest en enkele jaren elftalleider van het eerste elftal. Naast de competitiewedstrijden speelden we in diverse bekers, en regionale `cups`. Bovendien werden veel oefenwedstrijden op uitnodiging gespeeld. In één van die seizoenen hebben we bijna 60 wedstrijden gespeeld, waarvan uiteraard ook velen op doordeweekse avonden. Ook bij Noordwijk speelde ik zaalvoetbal op het hoogste niveau, hetgeen flink reizen door Zuid Holland betekende.

    De eerste wedstrijd van Vitesse op het nieuwe sportpark Tanthof-Zuid in januari 1992, was tegen…vv Noordwijk. Wij (Noordwijk) wonnen met 1-3. Nog steeds heb ik de video-opnamen van deze wedstrijd. (Liefhebbers?)

     
    Kruikelientjes
     
    Zaalteam 1982
     

    De jaren 1990-2021

    In 1993 ben ik weer teruggekomen bij Vitesse. Ik heb enkele jaren de B-selectie en keepers getraind.. Daarna heb ik, onder leiding van Peter van der Meer en Joep Willigers, maar ook Niek Praagman als trainer, nog een jaar of 10 gekeept in het 3e elftal. Vervolgens ben ik weer zelf het 3e elftal gaan trainen en promoveerden we naar de 2e klasse. In goede samenwerking met de toenmalige jeugdtrainers (Gerard Gronsveld, Michel Lander, Jim Schild) en Peter Klomp zijn ook dat mooie jaren geweest.

    Na mijn trainerschap heb ik nog jaren partijtjes meegespeeld op donderdagavond en speelde ik zo nu en dan een oefenwedstrijdje mee. 6 jaar geleden, inmiddels 62 jaar ben ik daar toch ook maar mee gestopt. Je wilt tenslotte niet altijd in de weg lopen…

    Het tennissen heb ik weer een beetje opgepikt en twee keer per week loop ik zo`n 10 km hard, samen met enkele andere leden van sportschool Allround in Den Hoorn.

    Mijn activiteiten bij Vitesse zijn gereduceerd tot de organisatie van het jaarlijkse snerttoernooi op de eerste zaterdag van het kalenderjaar. Zo nu en dan schrijf ik, bij afwezigheid van Niek Praagman, het wedstrijdverslag van het eerste elftal. Vrijwel iedere zaterdag ben ik op de club om bij te praten en wedstrijdjes te bekijken. Nog steeds voel ik me er thuis en het is een genoegen lekker te kletsen over de wedstrijd, maar ook over zaken die wat serieuzer zijn. Met veel mensen is er een langdurig gezamenlijk verleden, waardoor je je bij de club thuis voelt.

    Al met al had ik een fijne carrière waar ik met plezier op terug kijk. Ik besef zeer bevoorrecht te zijn, zeker omdat sommigen te vroeg zijn overleden, zoals Jan Makkus, Ton Hom, Gerard Breedveld, Dirk van Oosterom, Marius van der Wilt. Ook zij vormen een groot onderdeel van mijn herinneringen.

    Sinds het begin deze eeuw heeft Vitesse bijzondere ontwikkelingen doorgemaakt, die niet altijd ten gunste waren van de echte Vitesse-leden.

    Het ingezette beleid om weer bij de top van het zaterdagvoetbal te behoren heeft uiteindelijk niet tot het beoogde langdurige succes geleid en heeft de reputatie van VD geen goed gedaan. Te veel spelers en trainers kwamen en gingen, hetgeen ten koste is gegaan van de eigen jeugd. Veel spelers zochten hun voetbalplezier elders. Inmiddels is een andere koers ingezet met de ambitie weer de aantrekkelijke club te zijn als voorheen, waarbij ook plaats is voor degenen, die ooit bij C.S.V.D./Vitesse Delft betrokken waren.

    Het huidige bestuur zet zich enorm in voor herstructurering van Vitesse. Dat kost tijd en energie, maar ook betrokkenheid van (oud-)leden. Graag ziet men spelers die ooit voor C.S.V.D./Vitesse speelden op Tanthof-Zuid verschijnen. Je bent van harte welkom welkom.

    Arjen van der Heijden

     
    1992-1993
     
    1997-1998
rfwbs-sliderfwbs-slide