
‘Opa Piet zou erg trots op je geweest zijn!’
Op een steenworp afstand van de Vitessevelden liggen de plakboeken al klaar op tafel: vader René en zoon Duncan zitten al een tijdje gebogen over de plakboeken die (o)ma ooit heeft gemaakt. De hoofdrolspeler van toen, ‘opa Piet’ is er helaas niet bij: ‘hij was net drie maanden in de VUT toen hij een hartstilstand kreeg,’ vertelt René. ‘Helaas heeft hij na zijn VUT maar kort kunnen genieten van z’n volkstuin; je hebt het niet voor het zeggen…’
Hij overleed in 1999 en heeft het niet mee mogen maken dat kleinzoon Duncan – geboren in 2000 - in zijn voetsporen trad en ook in het eerste elftal van Vitesse Delft is gaan spelen.
‘Dat had hij zeker geweldig gevonden’, zegt René.
In verschillende jubileumboeken van Vitesse Delft komen we hem tegen: Piet Sjerp, voor de oudere leden van Vitesse Delft een bekende naam uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Geboren in 1938 in Delft, wonend in de Willemstraat en op z’n 16e debuterend in het eerste elftal van – toen nog – CSVD. ‘Dat hij bij deze club ging voetballen had zeker te maken met de kerk,’ weet René. ‘Voetballen mocht niet op zondag’ en dus was de keuze snel gemaakt: CSVD speelde principieel op de zaterdag. ‘Hij speelde zeker wel een jaar of tien in het eerste, totdat hij op z’n werk een vinger brak. Hij was kraanmachinist en daar is het fout gegaan waardoor z’n vinger in de knel kwam. Toen moest hij stoppen met keepen.’ Duncan: ‘Hij bleef echter wel voetballen in het tweede en andere elftallen en dat beviel hem zo goed dat hij daarna nooit meer gekeept heeft.’ Hij laat de krant zien met deze uitspraken van z’n opa die zijn opgetekend bij een interview.
‘Ook op m’n 16e debuut’
Dat hebben René en Duncan ook volgehouden in hun voelballoopbaan: op veel verschillende posities hebben zij hun voetbaltalenten getoond, maar nooit als doelverdediger… ‘wat wel bijzonder is,’ zegt Duncan, ‘dat ik ook op m’n 16e m’n debuut maakte in het eerste elftal van Vitesse, net als opa. Maar als middenvelder, dus niet als keeper.’
Piet speelde bijna altijd. In die tien jaar in het eerste mistte hij op z’n hoogst vijf wedstrijden, zo staat in het eerder genoemde interview te lezen. ‘En hij voetbalde door tot z’n 50e, ook nog in het zaalvoetbalteam. Maar gaandeweg werd het wel minder en stopten er steeds meer gasten, zoals Koos Dijkshoorn. En anderen vielen weg, zoals Siem Vermeulen.’ zegt René. ‘We woonden eerst in de Willemstraat, later in de Wassenaarsestraat, bij garage Hoeke. Nog weer later verhuisden we naar een dubbel bovenhuis aan de Delfgauwseweg.’
René heeft ook altijd bij Vitesse gespeeld, maar nooit in het eerste. ‘Oh ja, één keertje, tegen Kagia, maar toen was iedereen geblesseerd, zwak ziek en misselijk…’ René heeft z’n voetbaljeugdjaren – ‘vanaf m’n zesde’- doorgebracht op het jeugdcomplex van Vitesse Delft aan de Oudelaan bij de Schoemakerstraat. Toen speelden we nog op woensdagmiddag, onder leiding van Aad Dorlas en Bram Kok; met ‘rikketikketik’ en toernooitjes en zo’. Ook Duncan kan zich die ‘oerkreet’ van Vitesse zeker nog wel herinneren, die op voetbalkampen werd geschreeuwd: ‘hoi, hoi, hoi!’.
‘En als je dan senior werd, ging je naar de Middelweg,’ weet René nog. ‘Dat was een heel andere wereld, met een fantastische sfeer. Vitesse speelde toen zo hoog en daar kwamen duizend of 1500 man op af, drie rijen dik! Dat was een heel mooie tijd.’ ‘Daar kun je jaloers op worden, Duncan! En dan mocht je als jeugdlid met je lidmaatschapskaart gratis naar binnen.’
Verder komen nog wat barre herinneringen bovendrijven met betrekking tot het gravelveld, ‘een drama’! De club was toen wel enorm groot: twintig seniorenelftallen stonden er ingeschreven en er was dus ruimtegebrek. Dat die drie velden voor de jeugd aan de Oudelaan erbij waren gekomen, was erg nodig, maar het opsplitsen van de club in junioren- en seniorenafdeling was geen gelukkige oplossing.
‘Corner is halve goal’
Tijdens het doorbladeren van de knipselboeken - 'die maakte m'n moeder altijd' - komen bij René telkens herinneringen naar boven. Uit de tijd dat hij zelf voetbalde natuurlijk maar ook uit de tijd van z'n vader. Piet heeft nog gevoetbald met Jan Vermeulen, de broer van Siem; 'die was trots op z'n broertje; die kan beter voetballen dan ik, zei Siem altijd' vertelt Rene, 'veel te vroeg overleden'. Verder Cor Lagendijk, Joop Aalbers, Bert van den Heuvel en Piet Huisman. Hij heeft natuurlijk in het eerste gespeeld maar later ook in het tweede en nog later deed hij ook mee aan het zaalvoetbal. ' Daar had je ook Arnold Schenk, maar die was meer de coach. Tjonge, zoveel namen die komen boven; Cees Grabijn bijvoorbeeld, die stond als supporter altijd achter het doel en riep altijd: ' corner, da's een halve goal!' Het was altijd een fijne sfeer aan de Middelweg, met Arie en Corrie Nieuwlaat en de familie van Veen. Ja, aan de Middelweg ben ik vaak wezen kijken, maar in Tanthof ben ik daarna haast nooit geweest, totdat Duncan ging voetballen.'
Ja, Duncan heeft nog niet zoveel voetbalverleden, al zijn het intussen ook al bijna twintig jaren. 'Het was natuurlijk haast vanzelfsprekend dat ik ook bij Vitesse ging spelen, ‘vertelt hij. 'Vanaf m'n zesde heb ik alle jeugdafdelingen doorlopen in het hoogste team, alleen ben ik rond m'n 18e een jaartje bij RKDEO gaan spelen omdat Vitesse toen geen O19 had. Maar daarna weer terug naar Vitesse en in het eerste terechtgekomen. Daar heeft hij dit seizoen echter weinig aan kunnen bijdragen door een vervelende, langdurige blessure aan z'n voet. 'Ik heb misschien een wedstrijd of zes meegespeeld; ik hoop aan het begin van het nieuwe seizoen weer te kunnen gaan meedraaien.' 'Dat is te hopen maar nu is het vooral balen,' vult Rene aan. 'Wat ik altijd wel erg leuk vindt is dat oudere mensen altijd over m'n opa beginnen,' zegt de jongste Sjerp. 'die hebben het er altijd over wat een geweldige keeper hij was en dat hij al heel jong in het eerste speelde en zo. Maar ik weet vaak helemaal niet wie het is die tegen me staat te praten over m'n opa...'Maar ik vind het erg leuk om te horen.'
Keepen met blote handen
'Kijk daar heb je een actiefoto van hem,' wijst Duncan in een krantenknipselboek. Op de plaats is een stijlvolle actie van Piet Sjerp te zien, die een bal uit de lucht plukt tussen verschillende tegenstanders. 'De originele foto hangt in de gang', zegt Rene en hij haalt hem gelijk naar de huiskamer. 'Prachtige actiefoto en kijk, hij keept nog gewoon met blote handen!' Piet speelde z'n hele voetballeven bij Vitesse Delft, 'maar hij is ook een aantal keren gevraagd om mee te spelen met het Haags elftal van de KNVB, weet Duncan te vertellen.
'Door het ophalen van die herinneringen wordt mijn geheugen ook steeds verder geactiveerd, zegt Rene en hij noem moeiteloos nog een serie namen die met hem of met opa Piet hebben gevoetbald. 'De elftallen 1, 2 en 3 trainden vaak samen en daardoor kende je ook veel spelers. Ben van Peppen, bijvoorbeeld, die kon zo hard schieten, Peet van der Meer de pijlsnelle linksbuiten, John en Ton Zoutendijk, Harry Garnaat, Ronald Vermeulen en Aadje Buitendijk, allemaal gasten die toen voetbalden en waar je graag naar ging kijken. Altijd 'volle bak' aan de Middelweg!'
Intussen speelt de jongste Sjerp ook alweer bijna acht jaar in de hoofdmacht van VItesse. Daar zitten een aantal jongens bij die ook afkomstig zijn van de jeugd van Vitesse, maar die 'clubtrouw' is wel een stuk minder geworden in de loop der jaren. 'Ja, toen was er toch veel meer clubliefde dan nu,' zegt Duncan. 'Het is nu toch vaak zo dat als een speler na een jaar ergens anders een paar knaken meer kan krijgen, dan is íe al snel gevlogen.‘
‘Een erg leuke groep’
‘Maar ik moet zeggen dat de kern van Vitesse de afgelopen jaren toch wel aardig bij elkaar blijft en dat is erg leuk. Jammer dat de resultaten dit jaar erg wisselend zijn maar het is een erg leuke groep en we blijven ook langer hangen op de club; er is duidelijk wat meer binding. Met een aantal jongens heb ik bijna m'n hele leven gevoetbald en nu samen in het eerste spelen. Pepijn Snel bijvoorbeeld en Alec van Vliet; die was even naar Den Hoorn maar is ook weer terug. Levy en Wessel Schut; Hamza Elkadouri komt komend seizoen ook weer naar Vitesse en zo zijn er best wel wat die toch weer bij Vitesse gaan spelen; ook Wessel ... Belangrijk om een band me elkaar te hebben; dan ga je voor elkaar door het vuur! Dat doe je niet voor een paar knaken...
Het geld haalt de lol uit het spel. 'Opa Piet kon 25 gulden in de week krijgen als hij naar DHC ging,' vertelt Duncan; ' vier keer trainen, een wedstrijdje spelen en bij het eerste op de bank zitten. Hij heeft toen nee gezegd; 'dat kun je ook met je handen verdienen.' Dat was nog de tijd van het betaalde voetbal in Delft, met Xerxes-DHC '66; met Eddy Treytel, Wim van Hanegem, Beertje Kreijermaat...'Hij heeft er nooit een seconde aan gedacht om ergens anders te gaan spelen', weet Rene. 'En hij speelde bij CSVD omdat hij niet op zondag wilde of mocht voetballen; dat had wel met de kerk te maken.'
Op 4 april 1964 trouwde Piet en op de krantenfoto prijkt een compleet jeugdelftal met de oude katoenen V-shirts en gebreide sokken op de trap van het stadhuis om het bruidspaar te huldigen. Rene heeft vele jaren gevoetbald, zij het niet in de hoogste regionen, maar wel met heel veel plezier. 'In het vijfde, met Martin Bronmeijer, Kees Hanswijk, Koos van der Burg die lager ging voetballen. Heerlijk spelen met die keien; zoveel routine en rust en ze coachten je helemaal. Niek Praagman ook, sterk aan de bal en veel overzicht. En na de training tot in de late uurtjes in de kantine...'
Trompet met gehaktbal…
Dankzij de knipselboeken verliezen we ons in de tijd en de geschiedenis. Overal vandaan geknipt, inclusief de opstellingen uit de clubblaadjes van de tegenstanders. Overigens herhaalt de geschiedenis zich, want vader Rene kan het ook niet laten om de stukjes over Vitesse waarin Duncan een rol speelt, uit te knippen en in te plakken. 'Maar die stukjes worden wel steeds kleiner, tegenwoordig,' verzucht hij. Nog even een oude elftalfoto uit de Delftsche Courant: ' Dat is Rinus Otting, Joop Alberts, Rob en Ruud van der Lee - Paul Oortwijn
'Het belangrijkste is toch dat je het voetballen leuk blijft vindt,' spreekt Rene wijze woorden. Met al die gasten die terugkomen of zijn gebleven, om daar mee te voetballen maakt het natuurlijk heel erg leuk. En ik als leider vond het mooi als je ze ziet groeien. Daar heb je nu nog plezier van.' 'Als je na jaren weer eens op de club komt, dan zie je altijd weer bekenden waar jij of je vader mee gevoetbald heeft; dat maakt het leuk! Met z'n allen een weekendje weg, dat gebeurde ook; onvergetelijke weekenden. Ken je Piet Meijer, van de bloemenveiling? Die had een kast van een huis en daar kwamen we vaak met z'n allen naar toe en konden daar een leuke middag hebben.
Een leuk voorval: een speler lag in het ziekenhuis in de tijd van Piet en daar kwam het elftal op bezoek. Eentje neusde wat rond en vond een doos gebak in de koelkast en deelde dat met een stalen gezocht uit... Rene. Arie Hoogendam kon trompetspelen, maar op een feestje hadden ze zijn trompet gevuld met een bal gehakt met geen mogelijkheid kwam daar nog een nootje uit...
die foto, daar moet ik altijd aan denken als ze het over hem hebben. Waarom hij lid van verdienste is geworden, blijft in nevelen gehuld. De officiële brief zit wel in het plakboek, maar daar staan geen redenen vermeld waarom dit eerbetoon aan hem is toegekend. Hij zal ongetwijfeld heel veel gedaan hebben voor de club.
Duncan spreek tot slot de hoop uit dat hij weer snel mee kan doen en zo de club voor het komende seizoen weer wat omhoog te brengen. Met deze vaste kern die nu in het eerste elftal gaat spelen hopen we de club weer wat omhoog te brengen; dat is voor jezelf sportief gezien heel leuk, maar ook voor de club. Juist ook voor die mensen die achter de schermen altijd maar bezig zijn - wat men niet ziet en vaak ook niet weet - waar de club toch een belangrijk deel van hun leven uitmaakt; juist voor die mensen wil je dat ook doen. Zij zorgen er toch voor dat je kan spelen, kan trainen, dat de spullen en kleedkamers schoon zijn. Voor die mensen doen we het ook!
Dat heb je mooi gezegd, besluit vader René.